💡 Tip: OAuth credentials in Connections
Goed nieuws voor iedereen die met actiereeksen werkt: je kunt vanaf nu ook OAuth credentials toevoegen via de Connections-pagina.

Dat betekent dat je bijvoorbeeld voor een koppeling met Microsoft Entra ID / Graph API je client secret niet langer als plaintext variable in een actiereeks hoeft op te slaan.
Dit levert de volgende voordelen op:
- Geen client secrets meer als plaintext variables in je actiereeksen.
- Je hoeft niet langer zelf access tokens op te vragen binnen een actiereeks.
- Eén OAuth credential kan aan meerdere actiereeksen gekoppeld worden.
- Verloopt je client secret? Dan hoef je deze maar op één plek bij te werken.
Oftewel: veiliger én gebruiksvriendelijker. Win-win! 🚀
Zeker het bekijken waard als je momenteel OAuth/Graph API-koppelingen bouwt in je actiereeksen.
Hoe ziet zo'n integratie er bijvoorbeeld uit met Entra ID?
Voor een Microsoft Graph API-koppeling kun je de OAuth credential als volgt configureren:
- Client Identifier: Application ID van je Entra ID-appregistratie
- Client Secret: de client secret van je appregistratie
- Token URL:
https://login.microsoftonline.com/<tenantId>/oauth2/v2.0/token - Scope:
https://graph.microsoft.com/.default - Base URL:
https://graph.microsoft.com/v1.0
(ofhttps://graph.microsoft.com/betawanneer je de beta endpoints nodig hebt)
Vervolgens kun je deze credential vanuit je actiereeksen gebruiken, zonder dat je zelf access tokens hoeft op te vragen of de client secret als variable hoeft op te slaan.
